Partner logins

Medewerkers logins

Duurzaamheid

De wereld van biobrandstof

Van den Bosch draagt graag haar steentje bij aan het reduceren van de CO2-uitstoot. In bepaalde marktsegmenten liggen zelfs grote kansen: welkom in de wereld van biobrandstof.

Onder biobrandstof verstaan we: brandstoffen die gemaakt zijn uit biomassa, zoals zonnebloemolie, koolzaadolie en palmolie. Biodiesel en Hydrotreated Vegetable Oil (HVO) zijn de meest bekende biobrandstoffen. Door gebruik te maken van biobrandstof, reduceert de CO2-, fijnstof- en zwaveluitstoot. Immers: er worden geen fossiele brandstoffen verbrand.

Eerste en tweede generatie

De plantaardige oliemarkt is niet nieuw: al bijna 30 jaar vermengen fabrieken bijvoorbeeld ruwe zonnebloem- en palmolie met brandstof. In dat geval spreken we van ‘eerste generatie’ plantaardige oliën: oliën die puur en alleen worden gebruikt als grondstof voor biobrandstof. Maar de prijzen van brandstof stijgen, net als de vraag naar duurzamere oplossingen. Daarom werken marktpartijen inmiddels ook met ‘tweede generatie’ plantaardige oliën en vetten. Ofwel: oliën en vetten die al een keer gebruikt zijn. Een goed voorbeeld is frituurolie (Used Cooking Oil). Niet meer goed genoeg om in te bakken, maar wél bruikbaar als brandstof.

Ook Van den Bosch rijdt op HVO
Van den Bosch vervoert niet alleen grondstoffen voor biobrandstof; we hebben verschillende voertuigen in haar vloot die op HVO rijden. Zoals in Zweden, waar de Van den Bosch-vrachtwagens HVO gebruiken als brandstof. Verder onderzoekt Van den Bosch voortdurend manieren om het transport te verduurzamen. Bijvoorbeeld bij de aanschaf van nieuwe vrachtwagens, maar ook in de samenwerking met klanten, bijvoorbeeld via een gezamenlijke investering in meer duurzame kilometers.

Potentie

Waar ligt nu de potentie voor Van den Bosch? Grotendeels in het transporteren van de grondstoffen voor biodiesel en HVO. Commercial Manager Frank van Kroonenburg vertelt dat de biobrandstoffabrieken als paddenstoelen uit de grond schieten. Ook traditionele oliemaatschappijen zijn sterk aanwezig in deze groeiende sector. Zij kunnen hun fossiele raffinaderijen namelijk ombouwen en geschikt maken voor de productie van Hydrotreated Vegetable Oil (HVO). Dat komt doordat biobrandstof een zogenaamde ‘drop-in brandstof’ is: een volledig uitwisselbaar, synthetisch alternatief voor traditionele brandstoffen (zoals benzine, vliegtuigbrandstof en diesel). Dat betekent dat vrachtwagens met moderne motoren op pure biodiesel of HVO kunnen rijden, zonder enige aanpassing. “En met het ontstaan van biobrandstoffabrieken neemt ook de vraag naar grondstoffen toe. Daar spelen wij op in: we vervoeren steeds meer dierlijke vetten, plantaardige vetzuren en UCO naar de biobrandstoffabrieken.”

Intermodaal transport

Van den Bosch organiseert het transport van de grondstoffen voor biobrandstof op intermodale wijze. En dat heeft voordelen, stelt Van Kroonenburg. “Intermodaal transport leidt tot minder kilometers op de weg, en meer over het water en per spoor, waar de gemiddelde payload een stuk hoger ligt en we dus minder lucht vervoeren. Niet voor niets hebben we geïnvesteerd in grote tankcontainers van 32.000 tot 35.000 liter, met goede isolatie en voorzien van stoomleidingen om de lading op de juiste temperatuur te kunnen brengen. Al met al is het vervoeren van biobrandstofgrondstoffen voor ons als bedrijf een interessante business, waarbij we indirect bijdragen aan het reduceren van de CO2-, fijnstof- en zwaveluitstoot, en dat ook nog eens op een efficiënte, duurzame transportconstructie. Winst in het kwadraat dus.”