Onderbelicht
Vraag de gemiddelde Nederlander naar de hoogtijdagen van die Vereenigde Oostindische Compagnie en vooral de handel met, en latere kolonisatie van, Indonesië zal ter sprake komen. Een onderbelichte spil in de handel via de specerijenroute is echter de handel met India. De manier van handeldrijven leidde tot een ware bloeiperiode: de Gouden Eeuw. Voor zowel Nederland als India welteverstaan. Daarmee zijn de twee landen opmerkelijke uitzonderingen in een eeuw waarin de rest van de wereld in crisis verkeerde, schrijft Jos Gommans in zijn prachtig geïllustreerde boek De Verborgen Wereld, Nederland en India vanaf 1550. “India was voor de Nederlanders in die tijd essentieel voor handel over de specerijenroute”, vertelt de hoogleraar die is verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis van de Universiteit Leiden. “Met Indiase textiel kocht men specerijen op de Indonesische eilanden en met Indonesische specerijen kocht men textiel in India. Het mes sneed zo aan twee kanten.”
Pragmatisch
Het was vooral een pragmatische manier van zakendoen die de Nederlanders in India bezigden. “De Nederlanders hadden al snel in de gaten dat de Mogols, de lokale heersers, onverslaanbaar waren. En dus kwam het hier neer op het onderhouden van contacten, het opzetten van partnerschappen en het zoeken naar een balans. Oorspronkelijk was deze handelswijze vooral uit pragmatisme en niet uit principes geboren. Toch bleek deze handelsverhouding voor beide landen het beste te werken.”
Een goed voorbeeld van geven en nemen, is de hulp die Nederlanders aan de Mogols boden om op pelgrimstocht naar Mekka te kunnen gaan. “De Nederlanders hadden de expertise om een groot deel van die reis per schip af te leggen. Het helpen van de Mogols met de reis leidde weer tot toegang tot bepaalde handelsgebieden.”
Culturele inspiratie
Toch waren er wel degelijk figuren die niet uit praktisch en financieel oogpunt, maar uit pure interesse investeerden in de lokale cultuur. Zoals bijvoorbeeld Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein die in samenwerking met Indiase intellectuelen het twaalfdelige Hortus Indicus Malabaricus uitbracht, een imposante boekenreeks over de lokale flora. “Een goed voorbeeld van een echt partnerschap”, licht Gommans toe.
De volledige variant van dit artikel was te lezen in ons Game Changer magazine, editie 2.